2. De Startnota: de start van meer onduidelijkheid!


De regering heeft het voornemen om de aftrek van bepaalde aftrekposten te beperken. Aftrekposten zijn momenteel aftrekbaar tegen het marginale tarief en worden in de toekomst aftrekbaar tegen (uiteindelijk) een lager tarief van 36,95%. Waar het regeerakkoord nog wat vaag was over welke aftrekposten het gaat, wordt in de antwoorden van minister Wopke Hoekstra (Financiën) op de schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over de zogenaamde Startnota, die op 7 december 2017 naar de Kamer zijn gezonden, klare wijn geschonken. Het gaat om de volgende posten.
Ondernemersfaciliteiten
Zelfstandigenaftrek;
Aftrek speur- en ontwikkelingswerk;
Meewerkaftrek;
Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid;
Stakingsaftrek;
MKB-winstvrijstelling.

Aftrekbare kosten eigen woning
Rente van schulden;
Kosten van geldleningen;
Periodieke betalingen voor erfpacht, opstal en beklemming;
Aftrekbare kosten restschuld vervreemde eigen woning.

Persoonsgebonden aftrekposten
Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen (waaronder betaalde partneralimentatie);
Weekenduitgaven voor gehandicapten;
Scholingsuitgaven;
Uitgaven voor monumentenpanden;
Kwijtgescholden durfkapitaal;
Aftrekbare giften;
Uitgaven voor specifieke zorgkosten;
Restant persoonsgebonden aftrek voorgaande jaren.

Overig
Terbeschikkingstellingsvrijstelling.

Een en ander betekent dat een (steeds) groter deel van de aftrekpost niet in aanmerking kan worden genomen. De maatregel is zuiver budgettair gemotiveerd (€ 713 miljoen in 2021). Mijns inziens is de maatregel evenwel een principiële discussie waard. Het raakt namelijk enkele fundamentele zaken.
Ten eerste moet een inkomstenbelasting in beginsel zo eenvoudig mogelijk zijn. Iedereen moet kunnen begrijpen hoeveel van elke verdiende euro naar de staatskas vloeit. Dit bevordert de geloofwaardigheid van het belastingstelsel. In een interview met Leo Stevens in het NRC1 naar aanleiding van zijn boek Geloofwaardig belasting heffen2 zegt hij:

‘Dat gaat in mijn ogen om niets anders dan het camoufleren van de belastingdruk. Het kabinet heeft, ik vermoed om electorale redenen, niet het toptarief willen verhogen. Terwijl dat is wat je zou moeten doen als je wilt dat hogere inkomensgroepen meer belasting betalen. Dat is transparanter, eerlijker en eenvoudiger. Nu heeft men via deze inkomensafhankelijke maatregelen de belastingdruk op hoge inkomens stiekem via de achterdeur verhoogd. Daardoor voelen deze groepen zich belazerd en ik snap dat.’

De kortingsmaatregel van het kabinet is in mijn ogen gewoon een ordinaire tariefmaatregel en/of het afnemen van belastingvoordelen voor bepaalde groepen (ondernemers, huiseigenaren, kwetsbare groepen en alimentatiebetalers). Zeg dat dan ook gewoon. Anders voelen mensen zich belazerd. Het wordt bovendien uitermate complex om uit te vinden wat ieders marginale belastingdruk is.
Voor alle duidelijkheid. Ik ben niet per se tegen tariefverhoging of het beperken van belastingvoordelen; dat is geheel aan de politiek. Mijn punt is: wees duidelijk. Nu kunnen deze maatregelen worden toegevoegd aan het rijtje wetgeving die het alleen maar onduidelijker maakt.
Als ik inzoom op de verschillende groepen die geraakt worden, zie ik dat ondernemers enkele privileges worden afgenomen. Dat vermindert de fiscale verschillen tussen ondernemers en werknemers en levert een beter inkomensbegrip op.3 Een maatregel die verdedigbaar is derhalve. Maar, zoals gezegd, doe het gewoon met open vizier.
Ten aanzien van huiseigenaren ontstaat het merkwaardig fenomeen dat inkomsten uit de eigen woning volledig in aanmerking genomen worden, maar de kosten slechts voor een beperkt deel. Dat is niet evenwichtig. Eenzelfde effect is aan de orde bij de belastingheffing van werknemers (helemaal geen kostenaftrek). Men raakt steeds verder verwijderd van een inkomstenbelasting over een netto-inkomensbegrip.
Alimentatiebetalers die nu de alimentatie nog tegen de hoge marginale tarieven in aftrek kunnen brengen, zullen hun nettolasten zien toenemen. Dit terwijl aan de ontvangende kant geen wijziging wordt aangebracht. Er kunnen zich steeds vaker mismatches voordoen tussen het tarief waartegen de betalende partij de alimentatie kan aftrekken en de ontvangende partij belast wordt. Zou het niet beter zijn om te voorkomen dat een mismatch ontstaat door de alimentatie gewoon te defiscaliseren?
De overige persoonsgebonden aftrekken worden tegen een (steeds) lager tarief aftrekbaar. De bijdrage via het fiscale stelsel aan bijvoorbeeld studiekosten wordt dan minder. Dit lijkt tegenstrijdig met de investeringen in onderwijs die de regering voorstaat. En giften worden ook voor een stukje minder aftrekbaar. Nu snap ik ook wel dat als de boodschap geformuleerd wordt als een ‘temporele afbouw van het aftrekpercentage’ dat dat minder weerstand oplevert dan ‘regering beperkt fiscale steun aan goede doelen’. Maar mensen zijn niet gek, en willen zeker niet voor de gek gehouden worden.
Ik roep de regering op: start onmiddellijk met duidelijk zijn. Dat komt de geloofwaardigheid ten goede.