8. Vrij wonen medewerker belastingadvieskantoor ten onrechte niet aangegeven

Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij belastingadvieskantoor X (bv; belanghebbende) heeft de Inspecteur aan X drie naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd. Daarbij heeft hij het zonder huurbetaling bewonen van een woning door een werknemer (vrij wonen) in aanmerking genomen. Tevens heeft de Inspecteur aan X vergrijpboetes opgelegd.
Op grond van artikel 13, lid 1, Wet LB 1964 wordt niet in geld genoten loon in aanmerking genomen naar de waarde die daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend. Dit geldt ook voor het voordeel dat wordt genoten omdat de werkgever aan een werknemer een woning ter beschikking heeft gesteld, zonder dat de werknemer daarvoor huur betaalt. Hof Den Bosch oordeelt dan ook dat de correctie wegens vrij wonen in stand blijft. De vergrijpboetes worden echter vernietigd. Voor het laten opstellen van de aangiften loonheffingen heeft X gebruik gemaakt van een externe accountant.
Tegenover de verklaring van (de bestuurder van) X dat zij op de deskundigheid van de door haar ingeschakelde interne en externe personen mocht vertrouwen en dat zij hun werk niet hoefde te controleren, heeft de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat X in de samenwerking met die accountant niet de zorg zou hebben betracht die redelijkerwijs van haar kan worden gevergd bij de keuze van de accountant en haar personeelsleden en bij de samenwerking met hen. Het argument van de Inspecteur dat X als belastingadvieskantoor wist of had moeten weten dat de aangiften loonheffingen onjuist waren, is daartoe niet voldoende nu niet is gebleken dat de bestuurder van X verder betrokken was bij het opstellen van de aangiften loonheffing dan dat zijn naam als contactpersoon op de aangiften werd vermeld. De Inspecteur heeft verder niets aangevoerd dat het oordeel rechtvaardigt dat X niet mocht afgaan op de deskundigheid van de ingeschakelde personen. De uitspraak van Rechtbank Zeeland-West Brabant wordt bevestigd.