1. Boekhouder krijgt taakstraf en zes maanden voorwaardelijk voor medeplegen belastingfraude

Verdachte X was als boekhouder werkzaam voor twee bedrijven. Hij heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in ieder geval in de ten laste gelegde periodes degene was die feitelijk de aangiftes omzetbelasting deed voor beide bedrijven. Hij verklaart ook dat hij wist dat de aangiftes die hij deed niet juist waren, maar dat hij deze onjuiste aangiftes deed in opdracht van een medeverdachte tegen wie hij geen weerstand kon bieden. De suppleties die hij elk jaar maakte om het tekort aan te vullen, werden door beide bedrijven niet ingediend.
Volgens de strafkamer van Rechtbank Rotterdam betekent dit dat X enkele jaren welbewust onjuiste aangiftes omzetbelasting heeft gedaan en ook wist dat over die jaren de suppleties niet werden ingediend. Toch is hij door blijven gaan met het feitelijk doen van de onjuiste aangiftes en heeft hij geen afstand genomen van de beide bedrijven.
Dit alles maakt dat de Rechtbank vindt dat de rol van X wel zo ver ging dat er sprake is van medeplegen. Dat hij op enig moment een andere externe adviseur heeft ingeschakeld, doet aan deze verantwoordelijkheid niet af.
Dit alles leidt tot een taakstraf van 240 uur, met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. Die voorwaardelijke straf moet X ervan weerhouden zich opnieuw te laten verleiden tot het doen van foutieve aangiftes omzetbelasting.
Anders dan de officier van justitie ziet de Rechtbank geen aanleiding om daarnaast nog een (voorwaardelijk) beroepsverbod voor het beroep van financieel adviseur op te leggen. Dit omdat X al vele jaren werkzaam is als boekhouder/administrateur en niet eerder (in het kader van zijn werkzaamheden of privé) voor strafbare feiten met justitie in aanraking is gekomen, hij inziet dat hij onjuist heeft gehandeld en hij zijn bestaan als zelfstandige heeft opgegeven en in loondienst is gaan werken om te voorkomen dat hij nog eens in de situatie komt dat hij door een opdrachtgever wordt verleid tot het doen van onjuiste aangiftes.