7. Op welk moment eindigt de terbeschikkingstellingsregeling?

Een man stelde zijn aandeel in een onroerende zaak ter beschikking aan een BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft (artikel 3.92 van de Wet IB 2001). Bij overeenkomst van 3 juli 2007 heeft hij zijn aandelen in de BV verkocht, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007. De aandelen zijn op 31 augustus 2007 geleverd.
De vraag is dan wanneer de tbs-regeling is geëindigd.
Volgens de hoogste adviseur van de Hoge Raad, de advocaat-generaal, is dat 3 juli 2007. De datum waarop de onderhavige aandelenovereenkomst perfect is geworden.
Het andersluidende standpunt van de man, 1 januari 2007, is volgens hem onjuist.
De man is al door de belastingrechter in Den Bosch in het ongelijk gesteld en hij zoekt nu zijn gelijk bij de Hoge Raad.
Binnenkort zal blijken of de Hoge Raad net zo over deze kwestie denkt als de advocaat-generaal.
Conclusie van 12 mei 2015, nr. 14/03555