8. Geen autokostenforfait indien auto's alleen worden gebruikt voor opdrachten in belang van werkgever

De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat de inspecteur ten onrechte een naheffingsaanslag loonheffingen heeft opgelegd wegens vermeend privegebruik van een tweetal auto’s van een hotel.Het gaat om een BV exploiteert die een hotel exploiteert op een waddeneiland. Er zijn drie werknemers in dienst en de BV beschikt over twee auto’s.
De ene wordt gebruikt voor het bij de veerpont ophalen van gasten en om ze daar weer naar toe te brengen.
De andere wordt gebruikt voor de verhuur aan hotelgasten en incidenteel voor het vervoer van medewerkers die vergaderingen en dergelijke op het vasteland bezochten.De inspecteur heeft aan de BV een naheffingsaanslag opgelegd waarbij een voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privédoeleinden van de auto's in aanmerking is genomen.
Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de auto’s niet aan de werknemers ter beschikking zijn gesteld, aangezien zij niet de feitelijke macht over de auto’s uitoefenden. Daartoe heeft het Hof onder meer overwogen dat de werknemers de auto’s voor de bovenvermelde zakelijke doeleinden gebruikten en dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat er andere doeleinden waren waarvoor de werknemers de auto’s gebruikten of konden gebruiken.
Dit oordeel is nu door onze hoogste belastingrechter bevestigd.
Hoge Raad, 29 mei 2015, nr. 13/04993