3. Praktijkvraag over pensioen dga’s

De aftopping van het pensioengevend salaris tot € 100.000 geldt ook voor directeuren-grootaandeelhouder (DGA’s). Als compensatie kan een werknemer netto lijfrente of netto pensioen opbouwen. Kan een DGA dit in eigen beheer doen?

Antwoord
Nee, dat kan niet. Een verzekeraar of een pensioenfonds kan het netto pensioen uitvoeren. De (pensioen) B.V. van de DGA is geen toegelaten aanbieder, zodat het netto pensioen niet in eigen beheer kan worden opgebouwd.
Werkgevers en werknemers met een inkomen boven € 100.000 spreken met elkaar over eventuele compensatie vanwege de pensioenversobering. Ook een DGA die te maken krijgt met de beperkingen in de pensioenopbouw, kan met zijn werkgever onderhandelen over compensatie in de loonsfeer. Maar omdat dit vrijwel altijd dezelfde persoon is, staat voor de Belastingdienst de zakelijkheid van de afspraken voorop. 
In de workshop DGA-pensioen van Aegon Adfis wordt niet alleen het netto pensioen besproken, maar ook de praktische gevolgen van de voorgenomen wetswijzigingen m.b.t. het pensioen van de DGA. Meer informatie over de workshop (met medewerking van Ben Schuurman van de Kennisgroep Pensioenen van de Belastingdienst) kunt u vinden via de onderstaande link.
https://www.aegon.nl/zakelijk/adfis/aegon-adfis-academy/trainingen-2015/het-pensioen-van-de-dga

 

2. Wet pensioencommunicartie start op 1 juli a.s.

Op 19 mei stemde de Eerste Kamer unaniem in met het wetsvoorstel om de pensioencommunicatie van fondsen en verzekeraars te verbeteren. Hiermee is de wet per 1 juli 2015 een feit.
Wet Pensioencommunicatie
De wet heeft tot doel dat mensen een persoonlijk en transparant totaaloverzicht van hun pensioen krijgen. En moet ervoor zorgen dat pensioenfondsen en pensioenverzekeraars informatie verstrekken die aansluit bij de wensen van de deelnemer. Staatssecretaris Klijnsma: “Het moet duidelijk zijn welke keuzes er zijn en wat de gevolgen zijn van belangrijke levensgebeurtenissen zoals bijvoorbeeld werkloosheid of overlijden voor het pensioen. Ook gaan fondsen en verzekeraars meer communiceren over onzekerheden.”
Pensioen 1-2-3
Het pensioenbewustzijn van deelnemers is laag. De Wet Pensioencommunicatie moet daarin verandering brengen. Door bijvoorbeeld de introductie van het Pensioen 1-2-3. Het Pensioen 1-2-3 stemt de informatie af op de informatiebehoefte van desbetreffende deelnemer.
Het Pensioen 1-2-3 bestaat uit drie delen en geeft inzicht in de belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling. In het eerste deel vindt de deelnemer de meest essentiële informatie en in de delen 2 en 3 kan de deelnemer uitgebreidere informatie vinden. De informatie over de pensioenregeling (Pensioen 1-2-3), de uitvoeringskosten, het jaarverslag en de jaarrekening moet in ieder geval beschikbaar zijn voor de deelnemer, gewezen deelnemer en pensioengerechtigde

Commentaar
De Wet Pensioencommunicatie treedt per 1 juli 2015 gefaseerd in werking. Op 1 juli 2015 treden onder meer de algemene eisen aan informatieverstrekking (zoals tijdig, duidelijk, correct en evenwichtig) in werking. Op 1 januari 2016 gaat onder meer in: het Pensioen 1-2-3, een aantal wijzigingen met betrekking tot het UPO en de uitbreiding van het Pensioenregister. Met ingang van 1 juli 2016 moeten pensioenuitvoerders een openbare website of in een portal het Pensioen 1-2-3, de uitvoeringskosten, de pensioenpremie, het jaarverslag en de jaarrekening publiceren.
De Wet Pensioencommunicatie draagt bij aan het vergroten van het pensioenbewustzijn. Individuele pensioenplanning en advisering wordt daardoor nog belangrijker. Het is echter een illusie om te veronderstellen dat met de Wet Pensioencommunicatie alle deelnemers volledig pensioenbewust zijn. Er blijft daarom een belangrijke rol voor de adviseur.
Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Eerste Kamer, 34008 Wet pensioen communicatie

1. Versnelde verhoging AOW-leeftijd een feit

Op 2 juni 2015 nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel “Versnelling stapsgewijze verhoging AOW-leeftijd” aan. Vanaf 2016 gaat de AOW-leeftijd geleidelijk omhoog naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Daarna vindt koppeling plaats aan de stijging van de levensverwachting.
Versnelde verhoging AOW
De Tweede Kamer stemde op 26 maart in met de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd. Dit wetsvoorstel wijzigt de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP). Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan het regeerakkoord van het Kabinet Rutte II. Daarin is opgenomen dat de AOW-leeftijd vanaf 2016 geleidelijk wordt verhoogd naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021 en vervolgens gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Commentaar
De versnelde verhoging van de AOW-leeftijd heeft tot gevolg dat in 2016 de AOW-leeftijd 65 jaar en zes maanden is. In respectievelijk 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021 is de AOW-leeftijd 65 jaar en negen maanden, 66 jaar, 66 jaar en vier maanden, 66 jaar en acht maanden en 67 jaar.
Voor iemand die geboren is op 1 januari 1955 (op 1 januari 2015 60 jaar) zal de AOW tenminste zes maanden later ingaan dan nu. Volgens de huidige wetgeving zou zijn AOW namelijk ingaan op 66 jaar en zes maanden. Volgens de versnelde opbouw wordt de AOW-ingangsdatum voor hem tenminste 67 jaar. En met ingang van 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting Voor een gehuwde AOW-er betekent dit een overbrugging van bijna € 5.000. Een ongehuwde moet hierdoor bijna € 10.000 overbruggen. Voor deze extra overbruggingsperiode heeft die 60-plusser minder dan vijf jaar om voor te sparen!

  • 1
  • 2