3. Voor iedere overledene afzonderlijk is grafrecht verschuldigd

Het komt niet vaak voor dat er over grafrecht wordt geprocedeerd. Maar in dit geval vond een kind van wie zowel zijn moeder als zijn vader was overleden het toch te bont dat in totaal € 3.831,60 grafrecht moest worden betaald.

Waar gaat het over?
Als gevolg van het overlijden van moeder in 2008 is door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant een nota grafrechten van € 1.429,60 opgelegd.
Door het overlijden van vader in 2015 is wederom een nota grafrechten van € 2.402 opgelegd. Moeder en vader zijn beide in hetzelfde (dubbel)graf begraven.
X stelt zich op het standpunt dat een deel van het in 2008 in rekening gebrachte bedrag betrekking heeft op het grafrecht voor het graf, ongeacht of daar één of twee lijken in begraven worden gehouden.
Derhalve kan volgens X ter gelegenheid van het begraven van vader geen grafrecht meer geheven worden nu dat immers al bij het begraven van moeder is betaald.
Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant houdt het grafrecht in, het recht één lijk in “zijn of haar” graf te begraven en begraven te houden. Onder een grafsteen kunnen weliswaar meerdere lijken begraven worden gehouden, maar voor ieder lijk afzonderlijk geldt dat het daar is begraven en begraven wordt gehouden.
Na het overlijden van vader is terecht een bedrag aan grafrecht geheven voor het verlenen van het afzonderlijke, eigen recht op een graf voor hem voor een periode van 20 jaar. Aangezien dit betekent dat het grafrecht van moeder dan langer dan de aanvankelijke 20 jaar gaat duren is voor moeder terecht een aanvullende heffing in rekening gebracht.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 november 2015, 15/4750, ECLI:NL:RBZWB:2015:7766

2. Fiscaal adviseur met fulltime dienstbetrekking voldoet niet aan urencriterium

X is als financial accountant voltijds in dienstbetrekking werkzaam.
In 2008 is hij een onderneming gestart. Hij geeft fiscaal advies en verzorgt administraties van kleine ondernemingen. De omzetten die hij in de jaren 2009 tot en met 2012 heeft gerealiseerd, zijn onderscheidenlijk: € 500, € 1.450, € 1.300 (2011) en € 1.253.
In de aangifte IB/PVV 2011 heeft X aanspraak gemaakt op de zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Hij stelt dat hij 1.552 uren aan zijn onderneming heeft besteed. De werkzaamheden betreffen kantoorwerk, studie en klantcontact.
Volgens Arnhem-Leeuwarden stelt de Inspecteur terecht dat X niet aan het urencriterium heeft voldaan. X heeft op geen enkele – deugdelijke en betrouwbare – wijze het bewijs geleverd van het door hem gestelde aantal uren van 1.552. Evenmin heeft hij het bewijs geleverd dat ten minste 1.225 uren aan de onderneming zijn besteed.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 maart 2016, 15/00063

1. Geldt reclamebelasting ook voor zorgverleners?

Is uw klant huisarts? En moet hij/zij reclamebelasting betalen voor een naambordje aan de deur van zijn/haar praktijk? Ga dan na of de aanslag wel terecht is.
Op dit moment ontvangt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten veel klachten van huisartsen dat zij reclamebelasting moeten betalen.
De reclamebelasting is een belasting die in elke gemeente door de gemeenteraad in een verordening wordt vastgesteld. De VNG wijst op de mogelijkheid om onder voorwaarden een vrijstelling te geven of het nihil-tarief te hanteren. Besluitvorming ligt echter bij iedere gemeente zelf.
De gemeenteraad heeft dus de mogelijkheid om in de verordening reclamebelasting vrijstellingen op te nemen. De VNG heeft dat ook opgenomen in haar modelverordening en wijst nogmaals op deze mogelijkheid. De beslissing over het al dan niet opnemen van vrijstellingen in de verordening blijft aan de gemeenteraad.

Facultatieve vrijstellingen
De gemeenteraad kan in de verordening reclamebelasting zogenoemde facultatieve vrijstellingen opnemen voor bijvoorbeeld huisartsen, dierenartsen, tandartsen of notarissen. Mits ze daarbij niet strijdig handelen met het gelijkheidsprincipe.

Nihil-tarief
Gemeenten hebben ook nog de mogelijkheid om een zogenaamd nihil-tarief voor naambordjes tot een bepaalde omvang op te nemen in hun verordening. Daarmee wordt voorkomen dat kleine naambordjes worden belast. In de modelverordening van de VNG is een nihil-tarief opgenomen voor bordjes met een omvang van minder dan 0,1 m2.

Verplichte vrijstelling
In de Gemeentewet is geen verplichte vrijstelling opgenomen, alleen de mogelijkheid van een facultatieve vrijstelling. Een verplichte vrijstelling voor bepaalde doelgroepen kan alleen via de landelijke wetgever geregeld worden. De landelijke wetgever mag vrijstellingen voorschrijven, ook als die niet objectief zijn. Gemeenten mogen dat niet.

  • 1
  • 2