4. Wijziging uitvoeringsbesluit loonbelasting i.v.m. de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

In verband met de deregulering van de beoordeling van arbeidsrelaties is het toepassingsbereik van een aantal fictieve dienstbetrekkingen en van de zogenoemde artiestenregeling aangepast. Hiertoe strekt het onderhavige besluit.
Op hoofdlijnen komt in dit besluit het volgende aan de orde:

Fictieve dienstbetrekking thuiswerkers en gelijkgestelden:
De fictieve dienstbetrekkingen van de thuiswerkers (artikel 2b Uitvoeringsbesluit LB) en die van de gelijkgestelden (artikel 2c Uitvoeringsbesluit LB) zijn niet van toepassing als zij werken op basis van een overeenkomst die voor aanvang van de betaling van de beloning is afgesloten. In de overeenkomst moet staan dat partijen de toepassing van deze fictieve dienstbetrekking uitsluiten.

Artiestenregeling:
De regeling van de artiest zoals die in artikel 5a Wet LB is opgenomen kan ook worden uitgesloten. Dat kan via dezelfde methodiek.
Degene die als musicus of anderszins als artiest optreedt, is geen artiest in de zin van artikel 5a Wet LB, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
a. de artiest is werkzaam op basis van een schriftelijke overeenkomst die vóór aanvang van de betaling van de beloning is gesloten en waaruit blijkt dat het de bedoeling van partijen is dat geen sprake is van een artiest in de zin van artikel 5a Wet LB'64
b. de artiest woont in Nederland.

Het besluit vindt u via deze link.