3. Hebt u klanten die een B&B exploiteren?

Dan is de volgende uitspraak van Hof Amsterdam van belang om zuiveringsheffing te kunnen besparen.
De zaak zit als volgt in elkaar.
Een vof exploiteert in een pand een B&B. De vennoten van de vof zijn eveneens woonachtig in het pand. Op de eerste verdieping bevinden zich twee slaapkamers die in het kader van de B&B worden geëxploiteerd. De bewoners en de gasten hebben toegang tot het pand via dezelfde voordeur.
Aan de vof is voor het jaar 2012 een aanslag zuiveringsheffing bedrijven opgelegd van € 720,22.
Volgens Rechtbank Amsterdam en in hoger beroep Hof Amsterdam is de aanslag ten onrechte opgelegd.
Volgens het Hof is geen sprake van een afzonderlijk te onderkennen bedrijfsruimte in het pand.
Het pand (inclusief de slaapkamers) vormt één woonruimte. De Rechtbank heeft daarom terecht de onderhavige aanslag vernietigd.

2. Kan een burenruzie de WOZ-waarde verlagen?

Hof Amsterdam besliste op 12 april 2016 dat een ruzie met de buren niet tot een verlaging van de WOZ-waarde van een woning kan leiden.
De woningeigenaar kon namelijk niet aannemelijk maken dat er voor de ruzie, problemen en geschillen met de buren andere dan in de persoonlijke sfeer gelegen oorzaken zijn.
Deze beslissing betrof dus een ruziemakende eigenaar die zelf zijn WOZ-waarde wilde verlagen.
Maar hoe zal het aflopen als iemand in de straat woont die zelf niks met een burenruzie te maken heeft, maar daar wel veel last van heeft? Bijvoorbeeld als de buren elkaars auto in de brand gaan steken.
Voor zover wij kunnen nagaan heeft geen enkele rechter zich hier tot nu toe over uitgesproken.
De vraag of een burenruzie in de straat in dit soort gevallen tot een vermindering van de WOZ-waarde kan leiden, valt thans dus nog niet te beantwoorden. Het is echter zeker de moeite waard om hierover te gaan procederen als een dergelijke situatie zich voor doet. De uitspraak van Hof Amsterdam geldt immers niet voor deze situaties.
Hof Amsterdam, 12 april 2016, nrs. 15/00647, 15/00648 en 15/00649

1. Renseignering van banktegoeden staat aan navordering niet in de weg

Mag de Inspecteur een navorderingsaansag opleggen als iemand in zijn aangifte inkomstenbelasting de vooraf ingevulde banksaldi wijzigt.
De kernvraag hierbij is of de Inspecteur beschikt over een voor navordering vereist ‘nieuw feit’.
Hij heeft immers de beschikking over de juiste gegevens die hij van de bank heeft ontvangen.
Rechtbank Den Haag heeft beslist dat de Inspecteur wel degelijk mag navorderen in dit soort situaties.
Anders wordt namelijk miskend dat de in de aangiften verantwoorde rendementsgrondslag voor sparen en beleggen een saldobedrag is van enerzijds bezittingen (zoals de banktegoeden/beleggingsrekeningen) en anderzijds schulden. Dit betekent dat ook indien de Inspecteur kennis had genomen van de bewuste renseignementen het voor hem niet op voorhand duidelijk had hoeven zijn dat een aangifte onjuist of onvolledig is.
Rechtbank Den Haag, 22 februari 2016, nr. 15/4024

  • 1
  • 2