1. Geen verlaagd btw-tarief voor N20-patronen (lachgas)

Fiscale eenheid X (belanghebbende) verkoopt online diverse producten op het gebied van gezondheid, afslanken, verzorging, seksualiteit en overige producten. Van X is omzetbelasting nageheven omdat volgens de Inspecteur ten onrechte het verlaagde tarief is toegepast op de levering van CO2-patronen van 8 en 16 gram en N20-patronen.
In geschil is of de leveringen van de N2O-patronen en de leveringen van de CO2 -patronen van 8 gram vallen onder tabel 1, post a1, sub b Wet OB 1968. De CO2-patronen van 16 gram worden voornamelijk gebruikt voor het bereiden van bier. De Inspecteur heeft in zoverre terecht omzetbelasting nageheven.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de Inspecteur terecht stelt dat de inhoud van de N20-patronen oftewel lachgas door de consument, en dan in het bijzonder door jongeren, inmiddels in overwegende mate wordt gebruikt als roesmiddel en niet voor de bereiding van eet- en drinkwaren zoals slagroom. In de media wordt ook regelmatig bericht over de explosieve stijging van het gebruik van lachgas als roesmiddel of partydrug. Deze stijging loopt parallel met de explosieve stijging van de omzet N2O-patronen, van ongeveer € 90.000 in 2012 tot ongeveer € 2.400.000 in 2016. Het verlaagde tarief is niet van toepassing op de N20-patronen, aldus de Rechtbank. De naheffing is in zoverre terecht.
De CO2-patronen van 8 gram vallen volgens de Rechtbank wel onder het verlaagde tarief omdat X aannemelijk heeft gemaakt dat zij in overwegende mate worden gebruikt voor het maken van koolzuurhoudende dranken. De betreffende patronen kunnen niet worden gebruikt voor het oppompen van een fietsband of het gebruik in een biertapinstallatie.
De vergrijpboete ten aanzien van de CO2-patronen van 16 gram blijft in stand. Ten aanzien van de N20-patronen acht de Rechtbank sprake van een pleitbaar standpunt.
(Rechtbank Gelderland, nummer 17/5343)

2. Tuktuk-rijden in de Betuwe vanaf recreatieterrein; geen verlaagd btw-tarief

X (belanghebbende) biedt diverse recreatiearrangementen aan in de Betuwe. Het merendeel van de programma’s en activiteiten vindt plaats op één terrein. Eén van de arrangementen die door X worden aangeboden betreft het rijden in een zogenaamde tuktuk. De te volgen route loopt over openbare wegen die niet zijn afgesloten voor andere weggebruikers. De gehele activiteit duurt ongeveer vier uur. Een deel van die tijd brengen de klanten op het terrein van X door voor het puzzelend bepalen van de route, voor het krijgen van instructie, voor de start en de finish en (na afloop) voor de prijsuitreiking.
X betoogt in deze procedure dat het tuktuk-arrangement dient te worden belast naar het verlaagde btw-tarief.
Partijen zijn het er volgens Rechtbank Gelderland terecht over eens dat het tuktuk-rijden geen sport is en dat bij het tuktuk-arrangement dus ook geen sprake is van het gelegenheid geven tot sportbeoefening. Zij zijn het er daarom ook terecht over eens dat post b3 van Tabel I bij de Wet OB 1968 niet van toepassing is.
Doordat de rit met de tuktuks grotendeels buiten het terrein van X plaatsvindt, is anders dan X meent volgens de Rechtbank geen sprake van het verlenen van toegang tot een recreatieterrein, zoals bedoeld in post b14 onder g van Tabel I bij de Wet OB 1968. De Rechtbank verwerpt voorts het beroep op een goedkeuring uit een besluit van de staatssecretaris. Het verlaagde tarief is niet van toepassing.
(Rechtbank Gelderland, nummer 17/5122)

3. Diensten medisch pedicure vrijgesteld van omzetbelasting

X (belanghebbende) exploiteert een praktijk waarin zij onder meer werkzaamheden als medisch pedicure verricht.
In geschil of de behandelingen die zij als zodanig verricht zijn vrijgesteld voor de omzetbelasting. In dit verband is de vraag aan de orde of instrumentele handelingen die X verricht als medisch pedicure van gelijkwaardig kwaliteitsniveau zijn als een gezondheidskundige dienst van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar, in dit geval een podotherapeut. Dit is in lijn met het arrest Solleveld (HvJ 27 april 2006, ECLI:EU:C:2006:257).
Rechtbank Gelderland acht aannemelijk dat podotherapeuten niet over meer kennis en kunde ter zake van de betreffende instrumentele handelingen beschikken dan medisch pedicures. De opleiding van de medisch pedicure komt overeen met een deel van het eerste jaar van de opleiding tot podotherapeut. Enkel vanwege de beperkte omvang is geen sprake van een volwaardige hogerberoepsopleiding, maar de kwaliteit van de dienst die X levert is naar het oordeel van de Rechtbank gelijk aan die van de podotherapeut, die de dienst - met hetgeen hij in het eerste jaar van zijn opleiding heeft geleerd - op hbo-niveau verricht. De werkzaamheden vallen onder de medische vrijstelling, concludeert de Rechtbank.
(Rechtbank Gelderland, nummer 17/6556)

 

4. VNO-NCW en MKB-Nederland: geen macro- maar micronorm voor lokale lasten

VNO-NCW en MKB-Nederland zijn ontstemd dat het Rijk wel afspraken met de gemeenten heeft gemaakt over de ontwikkeling van de lokale lasten voor burgers, maar ondertussen niets doet voor ondernemers. ‘Hun lasten stijgen alleen maar. Het is wat ons betreft wel een keertje klaar’, aldus de ondernemingsorganisaties.
Uit de meest recente cijfers blijkt dat in meer dan 60 gemeenten de lokale lasten voor ondernemers met 6 tot zelfs 53 procent zijn gestegen. Vooral de horeca, de detailhandel en de recreatieve sector hebben daarnaast met een stapeling van lokale lasten te maken.
Het Rijk heeft nu afspraken gemaakt met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de beperking van de lokale lasten voor burgers. ‘Prima, maar het is niet fair om ondernemers daarvoor op te laten draaien. Dat is een miskenning van de belangen van lokale bedrijven en hun toegevoegde waarde voor de lokale economie en leefbaarheid’, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland.
In een brief aan de Tweede Kamer vragen VNO-NCW en MKB-Nederland om niet akkoord te gaan met de afspraken met de VNG en in plaats daarvan aan te sturen op de instelling van een micronorm. Die verplicht gemeenten de belastingopbrengst met niet meer dan het inflatiepercentage te laten stijgen. ‘Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.’ De huidig geldende macronorm werkt volgens de ondernemingsorganisaties niet. Die stelt een maximum aan de stijging van de OZB-opbrengsten van alle gemeenten samen.

5. Wetsvoorstel nationale vliegbelasting ingediend

Het kabinet wil per 1 januari 2021 een vliegbelasting invoeren. Daarbij gaat de voorkeur uit naar een Europese belasting op luchtvaart. Voor het geval een Europese vliegbelasting te lang op zich laat wachten is een wetsvoorstel voor een nationale vliegbelasting uitgewerkt van 7 euro per vertrekkende passagier, dat op 14 mei 2019 aan de Tweede Kamer is gestuurd. Transferpassagiers worden uitgezonderd.
Het gaat om een tarief dat bij het Belastingplan 2021 nog precies wordt vastgesteld omdat het wordt gecorrigeerd voor de inflatie. Naar verwachting zal het tarief als gevolg hiervan onder de 7,5 euro blijven. Ook komt er een vliegbelasting voor vrachtverkeer, waarbij geldt dat vliegtuigen die minder geluid produceren minder worden belast. Het tarief is 3,85 euro per ton vracht voor de meest lawaaiige vliegtuigen en 1,925 euro per ton vracht voor de lagere geluidsklassen. Dit tarief wordt geheven op basis van het gewicht van het vliegtuig.
Het wetsvoorstel vliegbelasting treedt na de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dit geeft de nodige flexibiliteit. Als in 2019 of 2020 blijkt dat er Europese afspraken komen, is het mogelijk om het wetsvoorstel voor een nationale vliegbelasting niet in werking te laten treden. Het Kamerstuk nummer van het wetsvoorstel is 35205

6. Valse e-mail in omloop over betalingsachterstand

De Belastingdienst waarschuwt voor een valse e-mail (phishing). Deze gaat over een betalingsachterstand die uw klant nog moet betalen. De belastingdienst adviseert de mail niet te openen maar deze meteen te verwijderen. In de valse e-mail wordt gevraagd om € 732,96 over te maken. Het logo van iDEAL staat in de e-mail, gevolgd door 'klik hier'. Daarna staat een regel dat u op "kopen" moet klikkenen dat u bij uw bitcoinadres invult: een serie tekens die begint met '1*****************P'. De Belastingdienst vraagt nooit via e-mail om betalingen te doen.
Lees meer over valse e-mails bij Valse mails op de internetsite van Belastingdienst.

7. Nieuwe btw-regeling vouchers

Vanaf 1 januari 2019 gelden nieuwe regels met betrekking tot vouchers. Het betreft de implementatie van een nieuwe Europese richtlijn. Die richtlijn heeft tot doel de behandeling van vouchers in alle Europese landen eenduidig te maken.

Wat is een voucher?
Een voucher is een instrument dat als tegenprestatie, of gedeeltelijke tegenprestatie voor goederenleveringen of diensten, ingewisseld of gebruikt kan worden. Een cadeaubon en een telefoonkaart zijn bijvoorbeeld vouchers. Een voucher kan de vorm hebben van een fysiek kaartje of een bon maar dat is niet vereist.

Let op!
Een kortingsbon is geen voucher omdat voor de bon op zich geen goed of dienst te verkrijgen is.

Wat houdt de nieuwe regeling in?
Er zijn 2 soorten vouchers: een single purpose voucher (SPV) en een multi purpose voucher (MPV). Wanneer btw verschuldigd is, hangt af van het soort voucher. Uit de informatie bij de voucher moet blijken welke voorwaarden er zijn gesteld aan de voucher. Daarmee kan worden bepaald of het een SPV of een MPV betreft.

Single purpose voucher
Een SPV is voor enkelvoudig gebruik. Dat wil zeggen dat bij de verkoop van een SPV al vaststaat hoeveel btw verschuldigd zal zijn over de nog te verrichten prestatie. Daarvoor moet duidelijk zijn in welk land de btw-berekening plaatsvindt en welk btw-tarief van toepassing is. Een voorbeeld van een SPV is een tegoedbon voor een aantal malen toegang tot een pretpark. Bij uitgifte van een SPV is de btw op dat moment verschuldigd. Dus als uw klant in bezit is van een SPV en deze later inlevert voor een dienst of levering, dan is geen btw meer verschuldigd. Het bedrag waarover de btw wordt berekend is het bedrag dat betaald is voor de voucher exclusief btw. De verkoop van deze SPV is bij iedere schakel (verkoop door een ondernemer) belast met btw. De ondernemer die deze SPV verkoopt aan een andere ondernemer zal ook de normale factuurvereisten moeten hanteren.

Multi purpose voucher
Bij een MPV is het bij uitgifte nog niet vast te stellen hoeveel btw er verschuldigd is over de te verkrijgen prestatie(s) bij het verzilveren van de voucher. Dat kan zijn omdat de voucher in meerdere landen te verzilveren is, of omdat verschillende tariefcategorieën gelden voor de producten/diensten. Een voorbeeld is een voucher die bij een restaurant kan worden ingeleverd voor zowel voedsel als alcoholische dranken. Op het moment van uitgifte van de voucher is nog geen btw verschuldigd. De verkoop van deze MPV is bij iedere schakel (verkoop door een ondernemer) niet belast met btw.
De ondernemer die deze MPV verkoopt aan een andere ondernemer zal op de factuur duidelijk moeten maken dat géén btw is verschuldigd bij die handeling.

De btw is pas verschuldigd op het moment waarop de tegenprestatie belast is. Bij een MPV wordt de btw in beginsel berekend over het bedrag exclusief btw dat de consument heeft betaald bij aankoop van de voucher.

Als dat bedrag niet bekend is bij de ondernemer die de prestatie verricht, dan moet hij de btw berekenen over de monetaire waarde van de voucher exclusief btw. Dat is de waarde die op de voucher of in de bijbehorende informatie staat vermeld, vermenigvuldigd met 9/109 of 21/121. Als hij de monetaire waarde niet kan vaststellen, moet hij de waarde van de tegenprestatie bepalen aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden.

Wanneer gaat de nieuwe regeling in?
De nieuwe regels gaan in op 1 januari 2019 en gelden voor vouchers die worden uitgegeven op die datum of later.

In het besluit over de vouchers is een overgangsmaatregel getroffen voor vouchers die zijn uitgegeven vóór 1 januari 2019

8. Onjuist tekstblok op verminderingsbeschikking IB/PVV

Door een technische fout heeft de Belastingdienst een onjuist tekstblok afgedrukt op verminderingsbeschikkingen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (IB/PVV). In het tekstblok staan de naam- en adresgegevens van de vertegenwoordiger in plaats van de naam- en adresgegevens van de rechthebbende belastingplichtige. De naam van de rechthebbende kunt u bepalen met behulp van het burgerservicenummer zoals dat in het aanslagnummer is opgenomen. De verminderingsbeschikkingen IB/PVV heeft de Belastingdienst vastgesteld naar aanleiding van achterwaartse verliesverrekeningen, bezwaarschriften of middelingsverzoeken. Het gaat om meerdere belastingjaren. De Belastingdienst biedt excuses aan voor dit ongemak.