4. Kamerbrief bezwaarschriften btw-correctie privégebruik zakelijke auto

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA Den Haag

 

Directoraat-Generaal Belastingdienst

Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag

www.rijksoverheid.nl

 Ons kenmerk

2018-0000169320

Uw brief (kenmerk)

31066-427/2018D44232

 Datum 23 oktober 2018

Betreft bezwaarschriften aangaande de btw-correctie voor het privégebruik van een zakelijke auto

 

Geachte voorzitter,

 

In mijn brief van 7 september 2018 (31 066 nr. 427) heb ik de Kamer geïnformeerd over de reeds afgedane bezwaarschriften aangaande de btw- correctie voor het privégebruik van een zakelijke auto (PGA) over de jaren 2011 t/m 2016. In reactie hierop heeft de vaste commissie voor Financiën mij gevraagd om de Tweede Kamer te informeren hoeveel belastingplichtigen niet tijdig een bezwaarschrift of een nadere onderbouwing van een ingediend bezwaarschrift hebben ingediend. Aan dit verzoek voldoe ik graag.

 Niet-tijdig ingediende bezwaarschriften

In 2012 werd massaal bezwaar gemaakt tegen de btw-correctie PGA in 2011. De verwachting was dat deze bezwaarstroom zich jaarlijks zou herhalen tot het moment dat de Hoge Raad uitspraak zou doen in de toen lopende proefprocedures. Om die reden heeft de Belastingdienst destijds via zijn website bekend gemaakt dat degene die een bezwaarschrift tegen de btw-correctie PGA had ingediend, niet opnieuw bezwaar hoefde te maken voor correcties in latere jaren. Het ingediende bezwaarschrift werd geacht tevens (tijdig) te zijn ingediend voor toekomstige tijdvakken/jaren. Een bezwaarschrift kon dus – indien ontvangen buiten de wettelijke bezwaartermijn – te laat zijn ingediend voor een reeds verstreken tijdvak, maar tegelijkertijd tijdig zijn voor toekomstig tijdvakken.

 In totaal hebben ruim 478.000 ondernemers bezwaar gemaakt tegen de btw- correctie PGA. In hoeveel gevallen het door deze ondernemers ingediende bezwaarschrift kwalificeerde als niet-tijdig voor reeds verstreken tijdvakken en tegelijkertijd als tijdig kwalificeerden voor toekomstige tijdvakken, is mij niet bekend. Vrijwel alle bezwaarschriften zijn namelijk – zonder verdere inhoudelijke beoordeling – ongegrond verklaard middels de publicatie op 1 juni 20171 van de collectieve uitspraak op bezwaar.

Van 1847 ondernemers heeft de Belastingdienst het ingediende bezwaarschrift wel inhoudelijk beoordeeld. Deze ondernemers hebben namelijk een nadere onderbouwing ingediend van het werkelijke privégebruik van de zakelijke auto.

Bij deze inhoudelijke beoordeling is ook gekeken voor welke tijdvakken het bezwaarschrift tijdig was ingediend en voor welke tijdvakken niet. Als voor een tijdvak te laat bezwaar was ingediend, is het bezwaarschrift voor dat tijdvak niet- ontvankelijk verklaard. Voor de andere tijdvakken is ditzelfde bezwaarschrift wel in behandeling genomen als zijnde tijdig ingediend. Het is door mij echter niet meer na te gaan in hoeveel gevallen sprake was van een bezwaarschrift dat voor enig tijdvak te laat is ingediend.

 Aantal niet-tijdig ingediende nadere onderbouwingen van een ingediend bezwaarschrift

Na de publicatie van de collectieve uitspraak op bezwaar op 1 juni 2017, konden ondernemers tot 15 juli 2017 hun eerder ingediende bezwaarschrift nader onderbouwen. Zoals hiervoor aangegeven hebben 1847 ondernemers van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Geen van deze nadere onderbouwingen zijn als niet-tijdig aangemerkt. De Belastingdienst heeft alle ingediende nadere onderbouwingen inhoudelijk beoordeeld.

 

Hoogachtend,

De staatssecretaris van Financiën,

Menno Snel

 

1 Staatscourant 2017 nr. 30976